Vroeger gebruikte mijn moeder vrijwel dagelijks spreekwoorden en gezegden. Vooral om haar punt duidelijk te maken naar ons, haar kinderen. Wat ze ook heel vaak zei was: “Mijn moeder zei altijd…” En dan kwam er een familiewijsheid achteraan. Iets in de trant van: “Kind, bewaar je tranen voor later, je zult ze nog hard nodig hebben.”
Ik zou er zomaar een stuk of twintig kunnen opnoemen, maar de twee die zij het meest gebruikte waren: “Verbeter de wereld en begin bij jezelf” en “Wel de splinter in andermans oog zien, maar niet de balk in eigen oog.”
Ik heb me er vroeger behoorlijk aan geërgerd als ze me weer met zo’n opmerking om de oren sloeg. En nu, jaren later, ben ik eigenlijk heel blij dat ze dit heeft gedaan.
Voor mij gaat de kern van deze twee uitspraken over het zoeken naar wat er bij jezelf gebeurt, in plaats van de oplossing buiten jezelf te leggen.
Wat ik de afgelopen jaren steeds meer zie gebeuren, is dat we gemakkelijk naar de ander wijzen. De problemen liggen bij de ander en dus ook de oplossing. De ander moet veranderen, anders met ons omgaan of ervoor zorgen dat wij ons beter voelen.
Maar wat gebeurt er eigenlijk in jou?
Dat de ander een spiegel kan zijn voor jouw eigen ongemak, blauwe plekken of oude pijn, is mij inmiddels wel duidelijk. Dat betekent overigens niet dat het gedrag van een ander altijd maar goedgepraat moet worden. Soms is iets gewoon niet oké en soms is het nodig om een grens te stellen of jezelf uit een toxische situatie te halen.
Maar ook dan vind ik het interessant om te kijken: wat gebeurt er in mij?
Is het gedrag van de ander zo storend of pijnlijk, of raakt het iets wat al in mij aanwezig is? En wat kan ik daar zelf mee?
Want hoe helpend is het om de ander te vragen niet meer op jouw blauwe plek te drukken omdat het pijn doet, als je vervolgens niets met die blauwe plek doet?
In mijn werk kijk ik daarom graag met cliënten naar hun eigen aandeel in situaties. Niet om te zoeken naar schuld, maar om te onderzoeken wat er werkelijk speelt.
Een cliënt vertelt bijvoorbeeld dat haar man geen fluit in het huishouden doet en dat zij het gevoel heeft altijd de kar te moeten trekken. Natuurlijk kun je dan concluderen dat haar man meer moet doen. Maar wat gebeurt er als we iets verder kijken?
Misschien verlangt zij er eigenlijk naar om gesteund te worden. Misschien is dat een oud verlangen of een gemis. Heeft zij zich vroeger te weinig gesteund gevoeld en is ze daardoor al jong heel zelfstandig geworden? En durft ze zich nu kwetsbaar op te stellen over waar ze daadwerkelijk behoefte aan heeft?
Onder een dagelijkse ergernis kan soms een heel ander gevoel liggen dan je in eerste instantie denkt. En dat los je niet altijd op doordat de ander eindelijk eens de stofzuiger pakt.
Het leven wordt een stuk eenvoudiger als je steviger in je basis staat en inzicht krijgt in je eigen pijnstukken. Het gaat tenslotte nooit werken om de hele wereld aan te spreken en te sturen hoe anderen met jou om moeten gaan, zodat jij niet meer geraakt wordt. Dat lijkt me een onmogelijke taak.
Wat je wél kunt leren, is herkennen wat van jou is en wat van de ander.
Je kunt leren voelen wat iets met je doet, waar je grenzen liggen en waar je werkelijk behoefte aan hebt. Triggers zullen waarschijnlijk niet helemaal verdwijnen, maar ze kunnen wel milder worden. Hoe beter je jezelf leert kennen, hoe minder je afhankelijk bent van wat een ander doet om je goed te voelen.
Misschien is dat wel wat mijn moeder mij al die jaren geleden probeerde mee te geven.
Verbeter de wereld en begin bij jezelf.
En eerlijk gezegd… ze had misschien toch gewoon gelijk. 😉